Abracadabra

Toen me gevraagd werd om te schrijven over de trends van de journalistiek in 2015, moest ik eerst even gniffelen. Ik moet met andere woorden voorspellen wat er volgend jaar zal gebeuren. Niet de dingen die zouden kunnen gebeuren, maar de zaken die consistent zullen voorkomen in de vorm van een trend. Tsjonge, wat een opdracht. Vergelijkbaar is de ‘voorspelling’ van modetrends van de komende seizoenen. Van voorspellen is volgens mij helemaal geen sprake. Ik zie het eerder als een self-fulfilling prophecy. Mensen zullen namelijk enkel massaal zwarte laarzen kopen wanneer dit wordt aangekondigd als ‘dé trend van komende winter’ in het recentste Vogue-nummer. Of ze zwarte laarzen mooi vinden, is bijzaak.

Bron: http://livequestionsdotorg.files.wordpress.com/2014/10/the-future.jpg
Bron: http://livequestionsdotorg.files.wordpress.com/2014/10/the-future.jpg

Genoeg cynisme voor één blogpost. Ik zal oprecht mijn best doen om aan de hand van een gastcollege en wat bijeengesprokkelde literatuur mijn steentje bij te dragen tot deze misleidende hekserij. Maar sta mij dan op z’n minst toe om de woordkeuze ‘dé trends van 2015’ te veranderen naar ‘mijn persoonlijke visie op de journalistiek in 2015’. Ik zal de volgens mij waarschijnlijkste evoluties bespreken waar Frank De Graeve van overtuigd is.

Hoewel nieuwe media al vaak werden aangekondigd als bedreigend voor traditionele media, hoeven deze laatsten zich geen zorgen te maken. Mensen blijven terug grijpen naar kranten en televisie. Althans, nu toch nog. Wanneer enkel de generatie over blijft die opgroeide met tablets, vrees ik dat dat liedje op z’n eind zal komen. Maar voorlopig blijven ook aan de productiezijde journalisten zich vastklampen aan traditionele waarden. Dit doen ze zelfs meer dan bij andere jobs die met innovaties te maken krijgen dankzij dit digitale tijdperk. Journalisten hebben namelijk een belangrijk ethisch component in hun taakomschrijving: ze moeten er naar streven om correct te zijn in hun berichtgevingen. Hiervoor is transparantie nodig. De manier van berichtgeven bij nieuwe media gebeurt niet altijd even transparant, waardoor het sterk vloekt met de deontologie van traditionele media. Hierdoor staan sommige professionele journalisten sceptisch tegenover de opkomst van nieuwe media als populairste nieuwsbron. Hoe dan ook wint deze laatste wel aan populariteit, wat ten koste gaat aan traditionele media. Zelfs de conservatiefste journalisten worden hierdoor gedwongen het pad te nemen richting nieuwe media. Door frequente activiteit op sociale media kunnen ze zelfs de term ‘bekende journalist’ opgeplakt krijgen. Er is wel een gigantisch probleem: duidelijke richtlijnen voor journalisten die omgaan met nieuwe media blijven uit.

Ondanks het ontbreken van eenduidige richtlijnen is er een opmars van het zogeheten ‘journalistiek en plein public’. Dit houdt o.a. in dat interviews steeds minder face to face gebeuren en steeds meer op het wereldwijde web. In 2012 kondigde Frank De Graeve deze ‘nieuwe’ trend ook al aan, wat nog maar eens wijst op het feit dat er niet zoiets bestaat als een voorspelling van hoe de journalistiek er volgend jaar uit zal zien – maar dit ter zijde. Wanneer een geïnterviewde via een Twitterinterview onder vuur wordt genomen (of in deze context eerder: gegooid) kan hij vragen en antwoorden minder makkelijk ontwijken aangezien miljoenen anderen naast de interviewer hem op de vingers kunnen tikken. Dit soort interview gebeurt dus in het publieke domein, waardoor iedereen zich er in kan vermengen. Een Tweet van een buitenstaander weegt immers even zwaar door als een Tweet van een betrokkene. Hierin schuilt wel het gevaar om snel af te wijken van het onderwerp in kwestie…

Discretie en de wet van de luidste vallen op deze manier weg. Persoonlijk vind ik dit een onethische manier om tot informatie te komen. Het wijst op een vorm van respectloosheid, omdat je de geïnterviewde als het ware dwingt om te antwoorden. Dit is deontologisch niet correct. Een eventuele richtlijn in dit opzicht zou kunnen zijn dat je enkel en plein public mag interviewen wanneer het niet om delicate zaken gaat. Ananny en Kreiss (2011) opteren voor richtlijnen die vanuit de overheid worden gecontroleerd op vlak van transparantie, betrouwbaarheid, dialogen en samenwerking. Hierdoor zouden de ethiek en kwaliteit van publieke journalistiek aan de professionele normen blijven beantwoorden.

Naast de opkomst van publieke journalistiek zou de sfeer rond deadlines veranderen. Sommige auteurs zijn ervan overtuigd dat deadlines vasthangen aan de publicatie van een medium. Artikels die in een krant moeten verschijnen, dienen ingeleverd te worden om op tijd afgedrukt te worden. Met de opkomst van nieuwe media bestaat er niet meer zo iets als een deadline voor het verzenden van je stuk naar de drukkerij. Deadlines vallen hierdoor zogezegd weg, aangezien alles gewoon wordt gepubliceerd via de klik van een muis wanneer het klaar is volgens de journalist. Maar hier ga ik niet mee akkoord. Door deze gemakzuchtige publicatiewijze zijn deadlines net strakker geworden. Iedereen is in staat om te publiceren, dus jij moet zorgen dat je de blikvanger bent door je bericht zo snel en volledig mogelijk online te zwieren. Hieruit vloeit het “around the clock” nieuws voort dat bestaat uit constant geupdated nieuwsberichten. Berichten worden zo snel mogelijk gepubliceerd, waarna ze meerdere keren per dag worden bijgewerkt (Kostas, 2012). Wat je een uur geleden las, kan intussen al veranderd zijn. Dit kan voor de lezer geïnterpreteerd worden als zeer vermoeiend. Waarom telkens je bericht updaten terwijl je even goed even kan wachten om zo eenmalig de correct informatie te delen? Langs de andere kant is de lezer hierdoor meteen op de hoogte over de grote lijnen van een nieuwsgebeuren, die later worden bijgevuld met details.

Door de strakke deadlines hebben media vaak niet de keuze om hun nieuws uit te stellen tot alle details bekend zijn. Als ze dit altijd deden, zouden andere media hun lezers afsnoepen. Het ongekende tempo waarmee nieuws de wereld wordt ingestuurd is ongezien. Elk medium wilt als eerste met iets afkomen, waardoor vaak onbevestigde elementen terug te vinden zijn in de berichtgevingen. Dit wordt meer en meer aangeduid met ‘hasthag unconfirmed’. Ik vind jammer genoeg niet dat deze aanduiding het oké maakt om incorrecte feiten mee te geven. De feiten zullen snel de ronde doen, zonder dat er telkens wordt bij verteld ‘ja maar het is nog niet helemaal zeker’. Zeker wanneer het om sappige feitjes gaat, gaan mensen er toch van uit gaan dat er een notie van waarheid in zit. Het komt er dus op aan dat journalisten – hoe hoog de tijdsdruk ook is – hun bronnen toch eerst grondig moeten checken en geen informatie delen met een luttele hashtag als verdedigingsmechanisme. Het internet bestaat ondertussen uit een soep van stemmen. Het is de taak van de journalist om betrouwbaar te zijn (Palser, 2004). Betrouwbaarheid en volledigheid – via zogenaamde ‘waarom-artikels’ die actuele zaken uitdiepen – is volgens mij de enige manier waardoor traditionele media staande kunnen blijven.

 

Bronnen

Ananny, M., & Kreiss, D. (2011). A new contract for the press: Copyright, public domain journalism, and self-governance in a digital age. Critical Studies in Media Communication, 28(4), 314-333

Kostas, S. (2012). Breaking News Online. Journalism Practice, 6(5/6), 702-710.

Palser, B. (2004). Checking it out: news organizations need te bo more careful in handling inflammatory stories based on unconfirmed Internet sources. American Journalism Review, 26(5), 100

Advertenties
Abracadabra

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s