“Technology is not like anchovies, which some people can love and others hate…” – Shapiro, 1999

De digitale kloof, of als ik fancy wil doen: the digital divide, houdt vanzelfsprekend in dat er een scheiding bestaat tussen zij die toegang hebben tot ‘nieuwe’ informatietechnologieën (IT) en zij die die niet hebben. De term gaat al een tijdje mee en mag wel wat afgestoft worden. We zijn tenslotte al eind 2014! Sta mij toe mijn steentje bij te dragen tot het opfrissen van deze middeleeuwse term.

Bovenstaande utopische definitie van de digitale kloof moet volgens mij genuanceerd worden. Er mag namelijk niet vanuit gegaan worden dat toegang universeel door bepaalde omstandigheden wordt bepaald. Deze nuance wordt vaak over het hoofd gezien, waardoor kritiek op de digitale kloof beperkt is. Gelukkig ben ik in de plaats van een ja-knikker een eeuwige twijfelaar en heb ik er geen problemen mee om vastgeroeste theorieën aan de tand te voelen. Ik wil hiermee niet zeggen dat ik tégen de term ben, of ervan uitga dat we het hier hebben over een mythe. Ik wil enkel bovenstaande nuancering wat meer ondersteunen aan de hand van het artikel van Gunkel (2003).

Ten eerste wordt de term toegepast in verschillende contexten door verschillende auteurs. Desondanks is er een rode draad die telkens terug te vinden is: er wordt altijd een onderscheid gemaakt tussen twee tegengestelden. Zij die toegang hebben tot IT vs. zij die die niet hebben (NTIA, 1999). Zij die technologie kunnen gebruiken vs. zij die dit niet kunnen (The Benton Foundation, 2001). Zij die een liefde hebben voor digitale technogolie (techno-utopians) vs zij die er negatief tegenover staan (techno-sytopians) (Harmon, 1996). Desondanks deze nuanceringen hebben de auteurs het over een fenomeen dat zich afspeelt in de digitale omgeving met een binaire logica, waarbij de ene kant positief wordt bevonden en de andere negatief. Deze overdreven simplistische voorstelling komt, helaas voor de breinen erachter, niet altijd overeen met zijn complexe referent (Chandler, 1994). Het stelsel van twee categorieën, die op drastische wijze gescheiden zijn van elkaar, zou beter vervangen worden door een continuüm (Warschauer, 2001). We spreken dus beter niet van een onoverkomelijke kloof, maar eerder van een putje, waar sommigen wat meer moeite hebben om over te geraken dan anderen. De sociale omgeving waarin we leven beïnvloedt de breedte en diepte van het putje. De sociale omstandigheden zijn in België bijvoorbeeld heel anders dan in Tanzania, wat maakt dat Belgen meer toegang hebben tot informatietechnologieën.

Nu het probleem uiteengezet is, is de tijd gekomen om de term en bijhorende definitie op te blinken en het uitsluitende onderscheid tussen 0 en 1 achter ons te laten. We gaan over van een great divide theory naar een continuity theory (Chandler, 1994). Mensen kunnen zich voortaan plaatsen over een hele rij van mogelijkheden, in de plaats van zich te forceren in de discriminerende hokjes van ‘wel toegang’ en ‘geen toegang’. Mooi is dat. Warschauer stelt in dit opzicht voor om te spreken over een stratificatie in de plaats van een kloof. Maar ik vind dat stratificatie nog steeds te veel hokjesdenkwerk is.

Ik zou de situatie omschrijven als een skilift. Het dal onder de skilift is het digitale putje. Wanneer je op een skilift stapt valt hij soms wel eens stil, dat bepaalt dan je huidige sociale situatie die gelinkt is met een bepaalde digitale situatie. Maar soms beweegt de skilift verder, waardoor je sociale situatie iets moderner kan worden en je meer toegang hebt tot informatietechnologieën. Wanneer je blijft zitten op een skilift kan je ook weer naar beneden gaan, wat inhoudt dat je sociale situatie op momenten traditioneler kan worden, waardoor de moderne digitale omgeving iets minder bereikbaar is. Wat ik hiermee wil zeggen is dat er geen vaste hokjes zijn waarin we ons bevinden. De situatie kan veranderen naargelang het moment in je leven of de plaats waar je je bevindt. Er is volgens mij geen situatie per se beter dan de andere (hou er rekening mee dat ik een Hypocriete Neo-Luddist ben), aangezien deze steeds kan evolueren.

Bron: www.wallpaper2020.com
Bron: http://www.wallpaper2020.com

 

Bronnen

Benton Foundation (2001). Digital Divide Network. URL:    http://www.digitaldividenetwork.org

Chandler, D. (1994). Biases of the Ear and Eye: Great Divide Theories, Phonocentrism, Graphocentrism, and Logocentrism. URL:           http://www.aber.ac.uk/media/Documents/litoral/litoral.html

Harmon, A. (1996). Daily Life’s Digital Divide. Los Angeles Times, 3 juli.

National Telecommunications and Information Administration (1999). Falling Through the Net: Defining the Digital Divide. Washington, DC: US Department of Commerce.

Shapiro, A. L. (1999). The Control Revolution: How the Internet Is Putting      Individuals in Charge and Changing the World We Know. New York: Century Foudnation Books.

Warschauer, M. (2001). What is the Digital Divide?. URL: http://www.gse.uci.edu/markw

In

Gunkel, D. J. (2003). Second Thougts: Toward a Critique of the Digital Divide.  New Media Society, 5(4), 499-522.

Advertenties
“Technology is not like anchovies, which some people can love and others hate…” – Shapiro, 1999

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s